Olaf Wielders Schildersbedrijf

Nederland kent een bonte diversiteit aan regionale kleuren. Van West-Fries groen tot Valkenburgs geel en van Zeeuws-Vlaams blauw tot Utrechts rood-wit. Meestal dateert dit lokale kleurgebruik uit een ver verleden, soms van recentere datum. Altijd zorgen de streekkleuren voor een authentiek, sfeervol straatbeeld.  

Het Nederlandse platteland heeft niet de naam bijzonder kleurrijk te zijn. Toch heeft iedere Nederlandse provincie zijn eigen typerende kleurgebruik. Dat kan zijn door een unieke kleur of door toepassing van een kleurcombinatie die nergens anders voorkomt. Een korte verkenningstocht langs een aantal karakteristieke kleurregio’s laat een zeer divers beeld zien van lokale tinten en toepassingen. 

We beginnen in Groningen. Deze provincie heeft een unieke, eigen kleur: het Groninger rood. Het is de kleur van de Groninger baksteen. Rode huisjes zijn daarom karakteristiek voor het Groninger landschap. Het Groninger rood is betrekkelijk modern, omdat de Groninger steen een typische fabriekssteen is met moderne eigenschappen: hij is strak, gelijkmatig en gestandaardiseerd. Door zijn gladde oppervlak vervuilt de steen ook minder snel en blijft de kleur langer sterk.  

Voor een ander voorbeeld van Nederlandse streekkleuren gaan we naar Noord-Holland.Het chique dorp Broek in Waterland heeft zijn eigen kleurverhaal: warme, lichtgrijze tinten, waar meestal een druppel rood of geel doorheen zit. Chic en stijlvol, maar tot zo’n vijfendertig jaar geleden broodarm. Broek in Waterland werd begin jaren zeventig ontdekt door de rijke stadsbevolking in een poging Amsterdam te ontvluchten. Het dorp lag er toen vervallen bij. De grijze kleur die men op de huizen aantrof, werd als traditioneel gezien maar boze tongen beweren dat het oorspronkelijk om grondverf ging… 

Voor traditioneel groen moeten we naar West-Friesland. Het West-Friese groen behoort tot de oudste groentinten van ons land en kan daarom met recht een traditionele Nederlandse kleur genoemd worden. Deze kleur wordt ook wel zeegroen genoemd, een lichtgroene tint, dichtbij pastel en mint, maar toch net iets anders. Het West-Friese groen is een bremer groen, een koperoxide. De kleur wordt vooral toegepast op kozijnen, daklijsten en kunstig bewerkte deuren, maar wordt ook gebruikt als helder kleuraccent op een donkere ondergrond. 

Zeeuws-Vlaanderen is de enige Nederlandse regio waar het houtwerk blauw wordt geschilderd,in tinten die in de rest van Nederland nauwelijks te vinden zijn.Het Zeeuws–Vlaams blauw varieert van blauwgrijs via grijsblauw tot een wat bleek pastelblauw.Het zit op voordeuren, luiken, kozijnen en ramen van oude, vervallen huizen, maar ook op een notariswoning.  

In het midden van Noord-Brabant vinden we het Brabants geel, een vaalgele tint, tussen brons en oker in, die nergens anders in Nederland voorkomt.Typerend is de oude kwaliteit van de kleur: het is een tint die er nieuw al oud uitziet, alsof zon, weer en wind er jarenlang op hebben gewerkt. De kleur komt vrijwel uitsluitend voor op kozijnen, bij voorkeur op die van oude boerderijen en oude woonhuizen.  

Deze korte verkenning breng ons bijna vanzelf bij het meest spectaculaire kleurfenomeen van Nederland: Staphorst. Het helderste groen van Nederland schittert hier naast krachtig blauw. De kleurencombinatie is ongeëvenaard in zijn frisheid en vrolijke uitstraling. Bovendien komen de kleuren op vrijwel alle huizen in het dorp voor. Het heldere groen kleurt poorten en luiken en het felle blauw versiert de vensterbanken en de voeting, de onderste rand van het huis. Melkbussenrekken en hekjes zijn helderblauw met witte sierandjes. Het groen en blauw in combinatie met de witte sierrandjes vormen bovendien het decor van een rijkversierde klederdracht en weelderige voortuinen. Hoe komt Staphorst aan die uitzonderlijke kleurigheid? Een verklaring uit de sociologische hoek verwijst naar Staphorst als bolwerk van streng gereformeerd geloof. Bekend is de minder kleurrijke kant van Staphorst :het beeld van in het zwart geklede mensen die de kerk bezoeken. Staphorst is de laatste gemeenschap waar het zware zwart nog leeft en dat de sprankelende kleuren nodig zijn om in balans te blijven, zo luidt de verklaring van sociologen. Het strenge geloof heeft een hechte band gesmeed: zo zwaar als het geloof drukt, zo vrolijk is het gezicht dat men de buitenwereld toont. Extreme levensomstandigheden leiden tot uitbundig kleurgebruik. De Staphorster gemeenschap is bovendien lang geïsoleerd gebleven. De bewoners vormen een hechte groep mensen met een honkvast karakter, waarbij het individu ondergeschikt is aan het collectief. Het is heel aannemelijk dat de geslotenheid van de gemeenschap bijdraagt aan het onverminderd vasthouden aan kleurtradities, waar deze in de rest van Nederland langzaam maar zeker verdwijnen. Navraag bij de Staphorster zelf levert een minder diepgravende verklaring op. Een eigenaresse van een verfhandel wijst op de rol van het toerisme: die groene en blauwe kleuren leveren nou eenmaal veel bekijks op. Voor de meeste bewoners is dat de belangrijkste reden om aan de traditie vast te houden. Ze zijn trots op hun dorp, dus proberen de aantrekkelijke kanten te behouden. Het bewijs wordt dagelijks geleverd, want de groene en blauwe verf gaan nog steeds grif over de toonbank. 

De provincie Overijssel toont ons een heel ander aspect van het Nederlandse kleurengebruik:de luikencultuur. Gekleurde luiken zijn in heel Nederland wel te vinden: de zandloper in rood en wit bijvoorbeeld. Maar in Overijssel is de luikencultuur het meest ontwikkeld. De luiken van de boerderijen en huizen op een landgoed hebben een duidelijke functie: de kleuren, die ontleend zijn aan het familiewapen van de landheer, vertellen de voorbijganger op wiens territorium hij zich bevindt. De felgekleurde luiken zijn daarom op grote afstand waarneembaar.  

De kleurenkaart van Nederland is oneindig veel uitgebreider en gedetailleerder dan hierboven in vogelvlucht is aangeven. Toch is het beeld van het saaie, kleurloze Nederlandse platteland hiermee enigszins rechtgezet. Er is veel meer kleur in ons eigen land dan we denken. We hoeven alleen maar naar buiten te gaan om die te bekijken.